Gelijke kansen voor M/V binnen 20 jaar?

(gastblog van Brieuc Van Damme, onze gastcurator in oktober)

Vrouwen zijn vaker het slachtoffer van huishoudelijk geweld (hoewel ze nog steeds een pak meer werk in datzelfde huishouden verzetten), verdienen minder en breken moeilijker door tot topposities. Nochtans argumenteert een groeiende groep feministen – waaronder ook steeds meer mannen – dat de oplossing van zulks onrecht moet komen van meer rechten voor… de man. En dat kan snel gaan. Niet omdat mannen nog steeds de maatschappelijke lakens uitdelen, maar wel omdat we sneller kunnenveranderen dan we zelf aannemen. Dat Belgen nog voor het einde van de volgende legislatuur in 2024 van een Scandinavisch vaderschapsverlof genieten: het kan!

De redenering gaat als volgt. Als vrouwen een grotere plaats in de publieke sfeer opnemen, moet dit samen gaan met een groter mannelijk engagement in de huishoudelijke sfeer. De Nederlandse historicus en correspondent Rutger Bregman haalt overtuigend onderzoek aan waaruit blijkt dat vaderschapsverlof ertoe leidt dat vaders de rest van hun leven meer huishoudelijke taken op zich nemen en dat vrouwen meer gaan verdienen. Een ‘uitgebalanceerde opvoeding’, zoals hij dat noemt, leidt tot slimmere en meer empathische kinderen die zelf betere vaders worden.

In tegenstelling tot wat vaak aangenomen wordt hoeft een genereus Scandinavisch vaderschapsverlof niet eens zo veel te kosten. In een rapport aan de Koning Boudewijnstichting berekenden we met collega’s Marika Andersen en Nathalie François dat het mogelijk is 3 maanden vaderschapsverlof aan iedere papa of meeouder te geven tijdens het eerste jaar volgend op de geboorte van het kind aan een bescheiden prijskaartje van 50 miljoen EUR per jaar (dat gefinancierd kan worden via 3 opeenvolgende indexsprongen van het vrouwonvriendelijke huwelijksquotiënt). Bovendien blijkt uit bevragingen van o.a. de Gezinsbond dat 3 op de 4 vaders meer tijd met de kroost willen doorbrengen.

Dus, een gender gelijk vaderschapsverlof is wenselijk, gewenst en betaalbaar, maar komt vooralsnog niet van de grond. Waarom? Vaak wordt gewezen naar te traag veranderende mentaliteiten. Hier wordt een vader die beslist een paar maanden thuis te blijven bij de geboorte van zijn kind nog vaak gezien als een slechte werknemer. Als een vader dat in Noorwegen, waar ik verblijf, niet doet, dan is hij een slechte vader. Die Belgische reflex op zijn kop zetten vergt tijd, veel tijd, zo luidt de redenering.

Maar is dat wel zo? Klopt het dat belangrijke mentaliteitsveranderingen zich maar uiterst traag manifesteren, dat onze collectieve psyché veel tijd en prikkels nodig heeft om een nieuwe maatschappelijke realiteit te boetseren? Wanneer experten en politici het hebben over de nood aan zo’n mentaliteitswijziging, klinkt het maar al te vaak als een gemakkelijk excuus om de huidige inertie te verantwoorden. Hebben ze gelijk, of proberen ze gewoon niet hard genoeg?

De wereld en de manier waarop we naar de wereld kijken veranderen in ieder geval sneller dan we zelf aannemen. In de religieuze Verenigde Staten is de steun voor het homohuwelijk in minder dan 18 jaar verdubbeld: van iets minder dan 30% in 1996 naar bijna 60% in 2014. Midden jaren negentig was nog minder dan 1 op de 2 Amerikanen gewonnen voor interraciale huwelijken; vandaag is dat meer dan 90%. De cijfers van Galup die The Economist verzamelde tonen aan dat zelfs de meest polariserende en gevoelige onderwerpen in een land waar progressieven en conservatieven loodrecht tegenover mekaar staan, relatief snel spectaculaire veranderingen ondergaan kunnen.

Screen Shot 2018-10-24 at 10.33.25

Pijnlijk is dan ook de vaststelling dat er meer dan een eeuw tussen de marcherende Suffragettes en het afschaffen van iets zo voor de hand liggend als de tampontaks zit. Hoe zorgen we ervoor dat er niet nog een eeuw verloren gaat vooraleer de mannen evenveel huishoudelijke taken als vrouwen op zich nemen, in plaats van de helft vandaag? Kortom, hoe veranderen we op een termijn van 5 à 10 jaar onze gendermentaliteit?

Uitzonderlijk leiderschap alleen volstaat niet. Een systeem moet ook onder druk een seismische schok ondergaan. In het geval van het vaderschapsverlof, zouden de vergrijzing in combinatie met een te lage werkgelegenheidsgraad, in het bijzonder bij vrouwen, en een wereldwijde schreeuw zoals de #MeToo-beweging daar wel eens voor kunnen zorgen.

“Voor een reële verandering moet de aardbeving onmiddellijk gevolgd worden door een sprankeltje hoop. Hoop die burgers doet geloven in verandering. Een nieuw verhaal dat het gevoel geeft dat het onmogelijke mogelijk wordt is evenzeer een noodzakelijk startpunt” schreef ik eerder met Thomas Dermine in De Tijd.

Wie goed kijkt ziet dat de verandering is begonnen. Multinationals als Janssen en ING wachten niet op wetten en bieden in de “war on talent” nieuwe rekruten een maand betaald vaderschapsverlof aan. Vicepremier Alexander De Croo (Open Vld) pleit in zijn nieuwe boek “De eeuw van de vrouw” eveneens voor meer kinderopvang en vaderschapsverlof. De idee dat feminisme ook een mannenzaak is, wint snel terrein.

#MeToo en de vergrijzing doen de genderpatronen op hun grondvesten daveren (crisis). Tegelijkertijd lopen multinationals voor op de noodzakelijke mentaliteitswijziging van naar genderrolverdeling te kijken (hoop). Getalenteerde politici pleiten voor hervormingen die mannen versterken in de huiselijke sfeer en vrouwen in de publieke sfeer (leiderschap) en er zijn tal van manieren om het te financieren (realisme). Schrijf het op: binnen 5 jaar kijkt niemand nog op als ook hier mannen 3 maanden thuisblijven na de geboorte van hun kind; binnen 10 jaar doen mannen evenveel in het huishouden; en binnen 20 jaar staan we versteld dat het ooit anders geweest is.

 

Brieuc Van Damme is econoom, (mede)-oprichter van adviesbureau Baerecraft en jongerendenktank De Vrijdaggroep en coauteur van het rapport “Time’s up” (2016). Hij is in oktober 2018 gastcurator van onze Facebook pagina.